Meest gezocht


Mijn Pensioenpost 


In uw persoonlijke pensioenpost vindt u berichten over uw pensioen. U kunt uw pensioenpost bekijken wanneer u wilt. 
Bekijk uw pensioenpost


Dekkingsgraad


De dekkingsgraad laat zien of Pensioenfonds Recreatie genoeg geld heeft om alle pensioenen nu en in de toekomst te betalen.
Bekijk de dekkingsgraad


Uniform Pensioenoverzicht (UPO)


In het jaarlijkse pensioenoverzicht staat hoeveel pensioen u heeft opgebouwd bij Pensioenfonds Recreatie.
Bekijk uw pensioenoverzicht


Waardeoverdracht


Als u bij een andere pensioenuitvoerder pensioen heeft opgebouwd, kunt u dit meenemen naar Pensioenfonds Recreatie.
Waardeoverdracht aanvragen


ANW-pensioen 


Anw-pensioen is een vrijwillige verzekering. Je partner ontvangt een extra tijdelijke pensioenuitkering als je komt te overlijden.
Meer informatie over het ANW-pensioen

Zoeken

Premie omhoog, pensioenopbouw omlaag

24-03-2020

‘We moesten als bestuur en sociale partners iets doen. Dit is de meest evenwichtige oplossing’

Een pensioenfonds moet voldoen aan veel wettelijke eisen. Pensioenfonds Recreatie moet zich natuurlijk ook aan de wet houden. Volgens de wet moesten we de pensioenpremie opnieuw vaststellen. Bovendien maakten de sociale partners (HISWA RECRON, FNV Recreatie, WiZZ, CNV Vakmensen en FNV Publiek Belang) afspraken over het partnerpensioen vanaf 1 januari 2020. En natuurlijk ook over de pensioenregeling als geheel. Afgesproken is dat de pensioenpremie omhoog gaat, terwijl het opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen lager wordt. We vroegen Eiko de Vries (voorzitter van Pensioenfonds Recreatie) om uitleg.

Waarom moest het pensioenfonds de pensioenpremie verhogen?
‘Daarvoor kan ik twee redenen noemen: de eisen die de wetgever aan pensioenfondsen stelt én het opnieuw invoeren van het partnerpensioen. In 2014 hebben we onze rente voor de premieberekening vastgezet voor een periode van 5 jaar. Die periode liep eind 2019 af, dus we moesten nieuwe afspraken maken over de premie. De financiële wereld was de afgelopen 5 jaar wel veranderd. De rente was hard gedaald. En die lagere rente maakte pensioen veel duurder. Tegelijkertijd hebben we onze pensioenregeling met het invoeren van het partnerpensioen sterk verbeterd. De sociale partners hebben hierover afspraken vastgelegd in de cao. Een goede zaak, vind ik. Maar een betere pensioenregeling kost natuurlijk ook meer geld. Dus onze pensioenregeling werd op twee manieren duurder. Met als gevolg een hogere premie en een lagere pensioenopbouw.’

Geen leuke boodschap om te brengen.
‘Nee, zeker niet. Sociale partners hadden de premie en opbouw liever min of meer gelijk gelaten. En het bestuur had de premie natuurlijk liever níet verhoogd. Maar we willen ook allemaal een goed pensioen voor onze mensen. En het was vanaf het begin duidelijk dat we maatregelen moesten nemen om aan die wens te kunnen blijven voldoen.’

De pensioenpremie gaat omhoog en de pensioenopbouw gaat omlaag. Wat merken de werknemers en de werkgevers hiervan?
‘Zowel werknemers als werkgevers gaan iets meer voor de pensioenregeling betalen. Een deel van die verhoging (0,7%) is bedoeld voor het nieuwe partnerpensioen. Werknemers gaan ook iets minder pensioen opbouwen met de premie die zij betalen. We dragen dus allemaal ons steentje bij, zowel de werkgever als de werknemer.’

Je zei het al: sinds 1 januari kent onze pensioenregeling weer een partnerpensioen. Dat is dan weer goed nieuws.
‘Klopt, de sociale partners spraken in 2019 af dat er een partnerpensioen moest komen als een medewerker overlijdt vóór de pensioendatum. Het partnerpensioen is 57% van het ouderdomspensioen van de overleden werknemer. Dus niet de gebruikelijke 70%. Daarom ben ik blij dat het vrijwillige Anw-pensioen blijft bestaan. Zodat werknemers iets extra’s kunnen regelen voor hun nabestaanden. Want daar is nog steeds behoefte aan.’

Hoe gaat het nu verder?
‘We gaan de eerste helft van 2020 goed nadenken over de toekomst. Hoe ziet de pensioenregeling er vanaf 2021 uit? Daar willen de sociale partners en het pensioenfonds al vóór de zomer meer duidelijkheid over hebben. Het initiatief hiervoor ligt bij de sociale partners. Het bestuur denkt natuurlijk wel mee en zorgt dat de sociale partners hun werk goed kunnen doen. En we blijven overleggen over de verdere toekomst van het pensioenfonds. We staan dus zeker niet stil!’